Geschiedenis beleef je nu

Een wereldwijde pandemie, hopelijk komt het maar één keer in ons leven voor. Deze blogpost schrijf ik vooral voor mezelf. Omdat ik besef dat we vandaag, met z’n allen, midden in de geschiedenis staan. Omdat ik vrees dat we dit zo snel zullen vergeten en terug naar de orde van de dag overstappen, alsof dit nooit is gebeurd. Maar ik wil dit gevoel vasthouden. Enerzijds omdat het vrij is van haast, verplichtingen, plannen, keuzes en dat geeft rust. Anderzijds omdat dingen die zo vanzelfsprekend zijn nu niet meer kunnen en dat geeft gemis. Bezoekjes aan mijn ouders en zus, de gezellige avonden met vrienden, mijn collega’s, terrasjes op een druk plein, bloesemroutes, dagje naar zee, skiën, reizen. Het zijn allemaal dingen die ik – en iedereen trouwens – moet missen en hopelijk apprecieer ik dat daarna eens zo hard. Na een maand semi-huisarrest door de softe lockdown van België ben ik al bijna vergeten hoe het allemaal zo ver is kunnen komen. Dus uit het hoofd ging het ongeveer zo:

De week voor de aankondiging van de maatregelen

Corona is een virus dat zo lang enkel een Chinees probleem was. Ik vond het onbegrijpelijk dat daar miljoenensteden in quarantaine werden geplaatst, dat zou hier in het Westen niet kunnen. Dan zou heel onze maatschappij in elkaar stuiken. En bovendien, was dat ook niet een typisch totalitaire ingreep om miljoenen mensen huisarrest te geven?

Mijn generatie kent geen pandemieën. Er waren even angstpsychoses over SARS en Ebola, maar die pandemieën kwamen nooit dicht genoeg om ons echt te bedreigen. Maar beetje bij beetje wordt duidelijk dat dit virus niet enkel in China blijft. Er wordt een cruiseschip in quarantaine geplaatst en toch vertrekt mijn mama op cruise naar de Emiraten. Er wordt een hotel in quarantaine gezet in Tenerife en toch vertrekt mijn papa op vakantie naar Tenerife. Wij stellen ons er weinig vragen bij, de kans op besmetting lijkt klein.

Op 8 maart plaatst de Italiaanse premier 16 miljoen mensen in quarantaine. Er waren al zware maatregelen genomen in Lombardije. Ik schrik van zo veel hysterie. Maar drie dagen later zet hij zijn hele land in quarantaine.

Op de Belgische televisie, waar je tot dan de matra hoorde: ‘Niet panikeren, dit virus is een stevige griep.’ en vooral de raad kregen om afstand te houden en onze handen te wassen, wordt de bocht langzaam aan ingezet. Ik verwacht een afwijzing van de maatregelen van Italië, maar uit de mond van Vlaanderens bekendste viroloog hoor ik ‘Quarantaine heeft in China bewezen dat de maatregel kan werken en de verspreiding van het virus kan afremmen.’

Op 10 maart raadt onze regering aan om bijeenkomsten met meer dan 1000 personen niet te laten doorgaan, dus je ziet concertorganisatoren kronkelen om toch nog iets van de verliezen te recupereren door het publiek af te romen naar 999 personen, niet meteen een garantie om verspreiding tegen te houden. Grootouders mogen hun kleinkinderen niet meer gaan halen aan de school en niemand mag nog binnen op school. De maatregelen zorgen voor zo veel onduidelijkheid, dat de roep stilaan volgt om drastischere maatregelen te nemen.

In het begin van de week ben ik enkel bezig met mijn skiverlof. Eerst zijn we opgelucht dat we niet naar Italië gaan, want die mensen kunnen hun skiverlof op hun buik schrijven. Maar als ik op de kaart kijk waar het skigebied ligt waar wij naartoe gaan, blijkt dat Ischl op een steenworp van Noord-Italië ligt. Als dan nog eens blijkt dat daar al 44 besmettingen zijn, dan weten we dat de kans groot is dat het skigebied niet open zal blijven. Op donderdag maakt Ischl duidelijk dat ze sluiten, dus weten we dat onze reis niet door kan gaan. Op diezelfde dag krijgen we ook te horen dat de theaters dichtgaan, dat Lisa haar theatervoorstelling waar ze al dagen voor aan het repeteren is niet door zal gaan, dus het is een dag vol kleine en grote teleurstellingen.

De ernst van Corona dringt pas tot me door wanneer ik op een krantensite beelden zie van een intensive care-afdeling in Lombardije, waar een huilende arts rijen patiënten laat zien die bewusteloos in buiklig worden beademd. Dat ziet er gruwelijk uit. En dokters horen niet te panikeren, als ze dat doen, is er iets goed fout. Daarna klik ik verder op een filmpje van een Italiaans acteur wiens zus van veertig thuis is overleden door Corona en dat er nu geen enkele hulpdienst haar lichaam wil komen halen. Hij voelt zich in de steek gelaten door de Italiaanse overheid. Plots krijgt een abstract virus een verhaal. Plots kan ik de gruwel niet meer wegduwen, Italië is hier vlakbij en heeft een goede gezondheidszorg, dus als het daar kan gebeuren, dan ook hier, dan ook overal.

België in een soft lockdown

België heeft in no time een noodregering uit de grond gestampt. We zien op donderdagavond 12 maart onze premier Sophie Wilmès – die tot dan toe onderbelicht bleef in de Vlaamse media – zowel in het Nederlands als in het Frans de noodmaatregelen afkondigen: alle cafés en restaurants gaan dicht, de lessen worden opgeschort, iedereen die thuis kan werken moet thuis werken, we mogen enkel nog buiten om te gaan werken, om boodschappen te doen of om te sporten – in gezinsverband of met maximum één vriend. Social distancing wordt een ding. Ik vermoed dat we elkaar nog voor de rest van het jaar op 1,5 meter moeten houden. We krijgen dus een lockdown, maar de scherpe kantjes zijn er van afgevijld.

Er wordt volop gehamsterd in de supermarkten. Ik stel ons supermarktbezoek enkele dagen uit, ga in de buurtwinkel eten halen voor de volgende dagen en ga op vrijdag wel hamsteren in de bib. Gewapend met zeven boeken kijk ik zelfs een beetje uit naar al die extra tijd met mijn gezin. Thuis zeggen we vrolijk tegen de kindjes dat ze vijf weken Coronavakantie hebben.

Week 1

Die eerste dagen laten Belgen collectief zien dat ze de ernst van de situatie nog niet doorhebben. De regels gaan in op vrijdagnacht. Overal in het land zijn lockdownfeestjes, waar er wordt afgeteld naar het uur van de maatregel. De Belgische kustburgemeesters laten weten dat zelfs tweede verblijvers niet meer welkom zijn aan de Belgische kust. De Nederlandse kustgemeente Sluis wordt die zaterdag overrompeld door Belgen die er gezellig een terrasje gaan doen, want Nederland is wat later met zijn maatregelen. Ook wij hebben die eerste zaterdag nog vrienden over de vloer. Ondenkbaar als ik er nu aan denk, maar toen vonden we dat we niks verkeerd deden.

Als we op zondag ons wekelijks bezoekje bij mijn schoonouders annuleren, laten die een beetje blijken dat we aan het overdrijven zijn.

Samen met de kindjes maak ik een schema, waarop duidelijk is tot wanneer ze naar tv mogen kijken, wanneer ze aan hun schoolwerk moeten werken, wanneer het buitenspeeltijd is en wanneer ze binnen mogen spelen.

Arno belt via facetime naar mijn papa, die plots wat mediawijzer is. Die mediawijsheid is een nationaal gebeuren, nog nooit gehoord van Google Teams, Zoom, Whereby, maar na een weekje telewerken kan ik van alle tools de gebruiksvoorwaarden en voor- en nadelen opsommen. Toch iets wat we meenemen uit de Coronacrisis. Ook drukdoenerij stopt, want de helft van de werkende bevolking moet zijn kinderen in ’t oog houden.

De Coronagrapjes worden lustig gedeeld. Een e-peritief is fijn, maar is toch niet hetzelfde als een avondje op café of bij vrienden thuis. En waarom ben je bij een videocall eigenlijk zelf in beeld? Dat bevordert de communicatie ook niet. Ook bijna alle lichaamstaal valt weg, in het smartphonekadertje past alleen het gezicht van je gesprekspartner.

De eerste telewerkweek was vervelend, alle humor is weg als je elkaar enkel via mail of via schermpjes ziet. Maar de kindjes doen het opmerkelijk goed. Ze herontdekken de tuin en hun speelgoed en laten ons rustig werken.

Foto van Unsplash

Na het werk gaan we ofwel fietsen, ofwel wandelen. Veel is er niet te beleven, want de speeltuinen zijn toe. Maar het is fijn om buiten te komen en onze buurt opnieuw te leren appreciëren. ’s Avonds spelen we gezelschapsspelletjes, dus afgezien van de saaie werkdagen, lijkt dit op vakantie.

In de supermarkt lijkt het wel oorlog. De rekken zijn geplunderd. Het rek met wc-papier is leeg. De diepe frons op de hoofden van mijn mede-kopers doet me vermoeden dat ze iedereen als vijand hebben benoemd. Want het is makkelijker om andere mensen te haten dan kwaad te zijn op een anoniem virus. De optie dat je ook gewoon vriendelijk kunt blijven op afstand is nog niet bij iedereen binnengedrongen. Ik sus mezelf met de gedachte dat het de angst is dat dit veroorzaakt, niet de aard van de mensheid.

Ondertussen ontpopt Marc Van Ranst zich als volksheld. Hij krijgt zelfs een eigen liedje. Hoe hij elke dag in elk nieuwsprogramma en duidingsprogramma de moeilijke waarheid vertelt, en toch niet uitgejoeld wordt, je moet het maar doen. Hij wordt op handen gedragen, daar kan geen enkele internettrol tegenop. Hoewel hun handen wel zullen jeuken, want in zijn vrije tijd is Van Ranst een hype op sociale media omdat hij elke onwaarheid van rechtse Vlaamse partijen blootlegt en deelt met zijn duizenden volgers.

Deze eerste quarantaineweek is het ook mijn verjaardag. Normaal gezien met een dagje sauna, ’s avonds naar Kommil Foo en in het weekend een brunch met de vrienden. De lockdownversie is knutselwerkjes cadeau krijgen van de kindjes, een versierd huis, videocalls van vrienden en familie en een feestmaaltijd bereid door de echtgenoot. De rustige versie dus. Ook niet slecht, die rust.

Week 2

Op zondag haal ik papa op op het vliegveld in Charleroi. Zijn vlucht uit Tenerife naar Zaventem was afgelast, maar hij kon nog wel op een vlucht naar Charleroi. De allerlaatste vlucht van Tui, daarna zijn de achtergebleven Belgen aangewezen op repatriëringsvluchten. Dus papa heeft geluk. Op het vliegveld is het verlaten en stil. Er staan wat mensen in de aankomsthal te wachten, 70% van hen heeft een mondmasker op. Ik vraag me bij mezelf af waarom ze die niet aan een ziekenhuis doneren, want het gebrek aan beschermingsmateriaal voor de zorgsector domineert al dagen het nieuws. Wanneer ik thuis ben valt er een last van mijn schouders. Ik ben zo blij dat iedereen van de familie veilig thuis zit op fietsafstand en gezond.

Ik was al een jaar het nieuws aan het vermijden en keek niet meer op twitter. Omdat die twee dingen me neerslachtig maken. Ze hebben hetzelfde effect op me alsof er constant iemand ‘Kijk! De wereld staat in brand!’ in mijn oor brult. Ik lees af en toe analysestukken over onderwerpen die me interesseren. En als er toch iets gebeurt dat ik zou moeten weten, dan heeft iedereen het erover, dus dan weet ik het ook. Maar ik ben nu weer helemaal terug naar af, ik kijk elvendertig keer per dag naar de nieuwssites voor meer nieuws. Alsof daarmee de Corona-crisis sneller voorbij zal waaien. Hoog tijd dat ik me terug op nieuwsdieet zet. Eigenlijk wordt alle info over de pandemie in België heel professioneel aangepakt, met een officiële persconferentie elke dag om 11 uur. Waardoor geen enkel gerucht de kans maakt om een eigen leven te beginnen leiden.

Op woensdag doe ik met de kindjes een stoepbezoekje bij papa en mama. De kindjes hebben allebei een tekening gemaakt om af te geven. Ik weet dat het grijze zone is, een fietstocht doen en dan gaan aanbellen. Maar toch doet het deugd. De dag erna gaan we bij mijn schoonouders langs en blijven we ook op het terras in de zon zitten.

Ik heb het deze week wel moeilijk met het werken. Ik vind het ook zo moeilijk om mezelf te motiveren omdat heel de wereld in crisis is. Mijn job kan dan wel even wachten. Ik zou veel liever iets nuttigs doen om uit deze crisis te geraken. Maar ik ben geen verpleegster, ik kan geen mondmaskertjes naaien, … Het enige wat ik kan doen is telewerken en zo min mogelijk buiten komen. En dat is klote.

Week 3

Deze nacht overviel me de angst: wat betekent het leven wanneer je stokoud bent. Wanneer je altijd aan je huis gekluisterd bent, de dagen per dag neemt, enkel aan klusjes in huis kan denken, geen reizen in het verschiet hebt, enkel – als je geluk hebt – een stokoude partner als huisgenoot, en kinderen en kleinkinderen die af en toe eens langskomen.

Natuurlijk is dit schrikbeeld pas wanneer je 80+ bent. Als ik naar mijn vader kijk, dan is die toch nog heel actief, reist nog wel veel, gaat elke dag naar de tennis of naar zijn stamkroeg. Maar toch, het leven vliegt voorbij, als je eens volledig tot stilstand komt, zoals in deze vreemde dagen, besef je dat plots.

Hele simpele dingen worden nu veel belangrijker, zoals iemand toevallig tegenkomen en een praatje maken. Ik besef ook meer en meer dat ik bij de gelukkigen hoor: ik zit thuis met mijn gezin, mijn kinderen zijn de ideale leeftijd, oud genoeg om zichzelf bezig te houden, jong genoeg om te overleven zonder hun leeftijdsgenoten, ik krijg dagelijks mijn portie knuffels van mijn huisgenoten, ik ben werknemer en kan telewerken, dus voorlopig geen financiële kater door deze crisis, ik heb een tuin en iedereen in mijn familie is nog gezond.

Na een vrouwenavond via scherm wordt duidelijk hoe moeilijk een single vriendin van me het heeft. Het is zo lastig, dat ik niets voor haar kan betekenen. Het moet zo moeilijk zijn om altijd alleen met jezelf opgesloten te zitten.

Week 4

Normaal gezien zouden we nu op skiverlof vertrekken. Het steekt wel een beetje, maar toch minder dan verwacht. Het heerlijke zomerweer deze week helpt wel. Ik ben nog nooit zo blij geweest met mijn tuin.

De kindjes zijn op Digikamp. Ze krijgen elk uur een opdrachtje. Zo kom ik naar beneden en merk ik dat mijn dochter drie eieren heeft geklutst, voor het eerst in haar leven. Ze heeft ook bloem afgemeten, maar kan de melk niet vinden. Doel is pannenkoeken maken. Mijn zoon heeft ondertussen slagroom gemaakt. Een andere dag krijgen we een uitnodiging voor een picknick in de tuin. Toch een beetje vakantie, zo’n kampje thuis.

Op mijn zoons verjaardag hebben we verlof genomen. We leggen hem een hele dag in de watten en hij straalt. Ook de rest van deze zomerse week hebben we verlof. Het ene klusje na het andere wordt afgevinkt. Ik vraag me af wat we gaan doen wanneer alles klaar is. Ik begin te geloven dat een staycation ook wel leuk kan zijn, zeker als het boven de twintig graden is.

Ik sta op met een gevoel van dankbaarheid. Blij met de personen die in mijn bubbel zitten. Ik besef dat ik op dit moment – en dat durf ik altijd maar heel voorwaardelijk zeggen – gelukkig ben en vrij van zorgen. Die zorgen weten je altijd te vinden en steken de kop op wanneer ze het minst goed uitkomen. Maar niet op dit moment. Op dit moment ben ik gewichtloos, en weet ik zeker: we komen hier wel door.

Foto: G-R Mottez op Unsplash

Posts created 11

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven